Serieuze shizzl

Het busje van de sinaasappelman. Of, sinaasappelspecialist, zoals er de witte wagen staat. Hij staat er bijna elke middag als ik vanaf het station naar mijn kamer loop en altijd maak ik hetzelfde grapje in mijn hoofd. ‘Hoe noem je een sinaasappelverkoper die niet vies is van chantage?’ ‘Een afperser.’ En dan loop ik grinnikend over straat, lachend om mijn eigen slechte woordgrapje.

Eerlijk gezegd ben ik niet zo goed in serieus zijn. Grapjes zijn veel leuker. Zoals mijn sinaasappelbusje. Veel leuker. Toch wil ik je wat meegeven in die vierhonderd woorden die je nu leest. Anders had ik hier net zo goed vierhonderd keer ‘inboedelverzekering’ kunnen neerzetten.

Dan is de vraag: wat? Ik kan je wel vertellen dat je niet onzeker moet zijn, maar ik ben het zelf ook. Elke keer als ik een bandje afluister van een interview dat ik gedaan heb, hoor ik zo’n irritant, zenuwachtig lachje tussendoor en denk ik: ‘dit wordt nooit wat.’ Hoe kan ik jou nou vertellen dat je altijd verzekerd van jezelf mag zijn als ik dat zelf niet ben?

Daarom doe ik lekker het tegenovergestelde. Ik ga je namelijk vertellen dat ik wel onzeker ben. Dat ik het spannend vind dat je dit leest en dat ik vanavond stiekem kijk of er mensen dit bericht hebben geliked op Facebook. Daarbij ben ik bang dat er een hele grote dt-fout in zit en dat ik die niet zie.

Wil je weten waarom ik het je vertel? Omdat ik denk dat het helpt. Mocht je er ook wel eens last van hebben, weet je nu dat je niet de enige bent. Het is helemaal niet raar. Kun je niet zingen? Ik ook niet. Maar ik doe het lekker wel. Onder de douche. Net zoals dat ik dit schrijf. Iets serieus. Laat je niet tegenhouden door je onzekerheid. Want wat is het ergste dat er kan gebeuren?

Ps. Hoe noem je een sinaasappelverkoper die te dure sinaasappels heeft?’ ‘Een uitperser.’

Ps. II: Ik kan hier nog 53 keer ‘inboedelverzekering’ zetten tot vierhonderd te komen, lijkt je dat wat?

Janita (20) is redactiestagiaire bij BEAM. Ze is dol op woordgrapjes.

Bron: BEAM

Lees jij liever inspirerende succesverhalen? Of herkenbare #FAIL-verhalen? ( En wil je dan eigenlijk hét antwoord / dé oplossing? Of juist niet? )

Leven als een god op Facebook

Ongelukkiger door Facebook

Recente krantenberichten versterken mijn wantrouwen richting Facebook. Zo berichtte De Volkskrant over een Facebook-onderzoek van twee psychologen. Uitkomst: veel tijd doorbrengen op Facebook maakt je niet gelukkiger, maar juist ongelukkiger! Hoe actiever de onderzochte jongeren op Facebook waren, des te slechter ze zich voelden. ‘Echt’ sociaal contact – dus een ontmoeting in een bestaande ruimte, met een echte mok koffie in je hand die je daadwerkelijk kunt opdrinken – verhoogde wel het ‘gevoelsmatige welzijn’ van de studenten.
Dezelfde Volkskrant berichtte eerder al over een Australisch onderzoek waaruit blijkt dat tienermeisjes die erg actief zijn op sociale media, gemiddeld een slechter zelfbeeld hebben dan leeftijdsgenootjes die vaker ‘offline’ zijn. ‘Zelfs een positieve opmerking over hun uiterlijk kan negatieve gevolgen hebben voor het zelfbeeld van meisjes’, zegt een van de onderzoekers. ‘Het legt te veel nadruk op hoe ze eruitzien.’

Gevaarlijk en boosaardig?

Natuurlijk zegt dit alles niet dat Facebook per definitie kwaad, gevaarlijk en boosaardig is. Zonder twijfel kun je er een hoop mooie, stichtelijke, christelijke, grappige en zelfs sociale dingen mee doen. Maar schaduwzijden zijn er zeker. Facebook wordt al snel een manier om bevestiging te verwerven. Vanuit een hang naar aandacht, liefde, begrip en bewondering. En de werkelijkheid wat bijstellen naar het ideaalbeeld, is voor veel mensen een kleine stap. Leven als een god op Facebook: Kijk mij eens mooi, gelukkig, grappig, slim of vroom zijn! Hou van mij, vind mij leuk!
Dit verlangen is natuurlijk van alle tijden. Het Franse genie Blaise Pascal (1623-1662) schreef al over de ‘like-zucht’ die zo diep in ons hart zit. Een soldaat, een opperman, een kok, een loopjongen: volgens de Fransman willen ze allemaal bewonderd, geprezen en ‘geliked’ worden. ‘En de wijsgeren zijn precies zo’, meende Pascal. ‘En degenen die daar tegenin schrijven willen geprezen worden dat ze zo goed geschreven hebben. En zij die het lezen, willen worden geprezen dat ze zo goed gelezen hebben. En ik die dit schrijf, wil misschien hetzelfde. En zij dit lezen willen misschien…’

Gertjan de Jong op Refoweb

Om welke dingen wil jij graag geprezen worden? Welke talenten uit jij op Social Media? Krijg je er genoeg waardering? Of zoek je je ge-like ook elders?

Eenheid van gelovigen

De enkele jaren geleden overleden evangelist Jaap Fijnvandraat onderscheidde drie kanten aan de eenheid van de christenen: die waarbij de gemeente gezien wordt als (a) het lichaam van Christus, (b) als een kudde schapen en (c) als de kinderen van God. Hij spoort aan om ze alle drie werkelijkheid te laten worden.

De eerste vorm van eenheid bepaalt ons erbij dat de christelijke gemeente volgens de brieven van Paulus een lichaam is en de eenheid van een organisme laat zien. Het lichaam heeft een hoofd (Christus) en vele leden die samen het lichaam vormen. Deze eenheid wordt in praktische zin gezien als de gelovigen vasthouden aan het hoofd en zich niet laten leiden door iets of iemand anders en zij elkaar als leden dienen met de gaven die ze hebben. Helaas wordt daar door de verdeeldheid in kerken weinig van gezien, behalve waar christenen van diverse kerken en groepen elkaar ontmoeten zoals bij EO-dagen, op de Evangelische Hogeschool, bepaalde conferenties, themadagen, enz. Ook verschijnt die eenheid wanneer men medechristenen als leden van het lichaam erkent en men geen kerkmuren opwerpt. (Helaas is dat voor ongelovigen moeilijk te zien.) Enigszins wordt deze eenheid wel zichtbaar waar men medechristenen aan het Heilig Avondmaal ontvangt, want dat is HET symbool van de eenheid van het Lichaam, zoals 1 Kor. 10:16,17 aangeeft.

Van de eenheid der gemeente als een kudde schapen is sprake in Joh. 10:1-18. De kudde is een eenheid omdat de schapen de ene Herder toebehoren. De kudde bestaat uit schapen van de Joodse stal en uit schapen uit de volken. Deze eenheid wordt zichtbaar als gelovigen in hun praktisch gedrag in deze wereld en naar elkaar toe de Heer Jezus volgen. Helaas wordt dit beeld ook verstoord door de verdeeldheid onder christenen in kerken en groepen en ook doordat christenen in hun persoonlijk en gemeenschappelijk christelijk leven zo verschillend laten uitkomen wat ze onder het volgen van de Herder verstaan en ze de verschillen meer benadrukken dan dat wat hen bindt.

De term “familie van God” wordt niet letterlijk in de Schrift gebruikt maar laat zich afleiden uit de geschriften van Johannes. Hij spreekt bijzonder over de gelovigen als “de kinderen van God” en onderscheidt dan bijv. vaders, jongelingen en kinderen in het geloof . Ook het spreken over broeders en zusters heeft daarmee te maken. Dit is de eenheid waarover de Heer Jezus spreekt in Joh. 17, een eenheid waarin we met de Vader en de Zoon begrepen zijn. Dat is onvoorstelbaar, maar waar: het is een eenheid van leven met de Vader en de Zoon. Wij hebben het leven uit God en uit de Heer. Daarbij hoort ook het betrachten van de onderlinge liefde, wat in de geschriften van Johannes sterk benadrukt wordt.

De vraag is hoe we die eenheid zichtbaar kunnen laten worden, zoals er staat: “opdat zij allen een zijn, zoals U Vader, in Mij en Ik in U, opdat de wereld gelooft dat U mij hebt gezonden.” Het is onaannemelijk dat dit gebed van de Heer niet verhoord zou zijn, dus deze eenheid is er zeker wel! We kunnen de eenheid in de praktijk, ook naar derden toe, laten zien door alle ware gelovigen als broeders en zusters te erkennen, hen lief te hebben en dat te laten uitkomen telkens als we elkaar in het openbaar ontmoeten. De eenheid wordt verder zichtbaar waar de liefde als broeders en zusters uitkomt in de ondersteuning die gelovigen elkaar geven. Maar die eenheid komt ook uit als we in trein of vliegtuig iemand leren kennen die ook een gelovige is en we hem of haar als broeder of zuster begroeten en het voor de omgeving duidelijk wordt dat we elkaar voorheen niet kenden, maar door hetzelfde geloof in Jezus Christus met elkaar verbonden zijn.

(bron: www.jaapfijnvandraat.nl ; Jaap Fijnvandraat (1925-2012) was evangelist in Noord- en Oost-Nederland.)

Gelezen op Refoweb

Kom jij er in een publieke ruimte weleens achter dat een ander christen is?

Geen geloof zonder ratio

“Ons kennen is wel ten dele, maar de gedeeltelijke kennis die we hebben is wel ware kennis”, aldus Arie Geelhoed op zijn persoonlijke website. “God kennen betekent dat we allerlei dingen van Hem weten, maar het is meer dan dat.

We kennen hem ook door Zijn omgang met ons. We kennen hem door Persoonlijke openbaring. We kennen God als Vader omdat hij Zichzelf zo in de Bijbel heeft geopenbaard. Hij wordt vader genoemd, Hij gedraagt Zich als vader. Als we de Bijbel lezen, en de Geest verlicht ons verstand, dan krijgen we daardoor steeds diepere kennis van God als vader… We hebben de Geest van het zoonschap die in ons roept: Abba Vader. Ons hart gaat uit naar God. We kennen God ook als Vader vanwege zijn vaderlijke bemoeienis met ons persoonlijk. Zijn vaderlijke zorg in concrete situaties, Zijn vaderlijke correctie als Hij ons op de vingers tikt, Zijn vaderlijke troost in verdriet.”

“Volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis”, zo gaat Geelhoed verder, “rust de zekerheid dat de Bijbel van God afkomstig is op het getuigenis van de Geest in onze harten en die zekerheid wordt bevestigd (er wordt zelfs het woord “bewijs” gebruikt) door het rationeel te controleren verschijnsel van de profetie. In de Bijbel wordt wel degelijk, ook tegen ongelovigen, een beroep op feiten gedaan (dingen die men door waarneming zelf kan vaststellen) en op logica (uit die feiten worden conclusies getrokken). De bijbel spreekt … over: aanwijzen, zegel drukken, getuigen, bewijzen, bewijs. Het voornaamste woord is getuigenis (getuigenis geven).”

“Het geloof is geen niet-rationele sprong (het is zelfs geen bovenrationele sprong). Het is wel een sprong maar dan een sprong (mede) op rationele gronden. Een mens maakt pas de sprong van het geloof nadat God hem mede langs rationele weg overtuigd heeft van de waarheid van het evangelie. Op allerlei wijzen kan God tot een mens laten doordringen dat het evangelie de waarheid is. Dat overtuigd worden hoeft niet altijd een bewust proces te zijn maar aan het tot geloof komen gaat het overtuigd worden van de waarheid vooraf.”

“Ons geloof is gebaseerd op kracht van God (op persoonlijke openbaring). God die zich openbaart aan de individuele mens. God die overtuigt op allerlei wijzen. God die ons zijn aanwezigheid en kracht toont en doet voelen/ondervinden op allerlei manieren. Niet alleen door het innerlijk getuigenis van Gods Geest, maar ook door het getuigenis dat uitgaat van bijvoorbeeld veranderde levens of door het getuigenis dat uitgaat van de profetie of door een openbaring van Zijn kracht in bevrijding van boze geesten. Enzovoorts. Mede langs deze wegen (mede op rationele gronden) brengt God tot erkentenis van de waarheid. Natuurlijk is het niet genoeg om overtuigd te worden van de waarheid. Dat maakt iemand nog niet tot een kind van God. Na het overtuigd worden moet er een overgave aan Jezus volgen.”

Bron: Refoweb

Hoe laat jij je overgave aan Jezus zien?

Gewone radicaliteit

“Het woord radicaliteit verbinden wij vaak met uitzonderlijke voorbeelden. Iemand die alles verlaat en naar een ver land trekt om iets heel moois te doen. Of podiumfiguren die volle zalen toespreken. Ja, dat kan. Maar het Messias-syndroom ligt gauw op de loer: God moet het wel door mij doen… Kijk naar mijn passie, mijn gaven en talenten, mijn bijzondere roeping.”

“Tegelijk zien wij veel zogenaamd radicale bewegingen en helden op hun snufferd vallen. God lijkt dat niet te willen voorkomen, misschien wel om ons te leren wat gewone radicaliteit betekent: niet anders dan recht te doen en ootmoedig te wandelen met uw God (Micha 6:8). Radicaal gehoorzaam zijn aan wat God hier en nu in het gewone leven van mij vraagt.”

“Gewone radicaliteit is niet fanatiek, niet fundamentalistisch. Geen angst. Geen zelfrechtvaardiging of zelfverheerlijking. Hier raken we aan het geheim van Jezus: Hij weigert de geestelijke held uit te hangen bij de verzoeking in de woestijn. Hij verbiedt de leerlingen om het uit te roepen dat Hij de Messias is. Hij vraagt zijn vader de beker te laten voorbijgaan… Hierin is zelfs Jezus de gewone held, de verborgen heilige.”

“Als ik terugkijk naar de gewone helden en de verborgen heiligen die in mijn leven een rol hebben gespeeld, dan zijn dat bijna altijd mensen die over een langere periode hun leven lieten zien. Niet zozeer wat ze hebben gezegd, maar hun houding, hun ogen, hun betrouwbaarheid… Eigenlijk is dat ook een van de redenen waarom ik de gewone radicaliteit van de plaatselijke gemeente zoek. Onbevangen geven, delen en leren. Met een lange adem. Door de jaren. Samen met die massa gewone helden en verborgen heiligen.”

Overgenomen uit het artikel “Gewone helden, verborgen heiligen”, door Otto de Bruijne, in “De Oogst”, het maandblad van de vereniging “Tot heil des Volks”, jaargang 77, nr. 902, mei 2014.

Gevonden op Refoweb

Wie was voor jou een gewone held?

Bidden zonder knoflook graag

Wij refo’s zijn maar een club saaie broeders en zusters. De somberheid straalt uit onze ogen en tijdens de zondagse voettocht naar ’s Heeren voorhoven tellen we meer straatklinkers dan dat we blijmoedig en hartelijk onze buren toezwaaien. Bidden en Bijbellezen doen we alleen en hardop voor en na het eten. Soms met of zonder geluid voordat we gaan slapen en bij het ochtendgloren des morgens. Blijkbaar is dit alles dermate eenzijdig, dat veel jeugdigen onder ons op zoek gaan naar een vleugje meervoudige vrolijkheid. En waar kun je dat nu beter vinden dan bij het juichend christendom.

Beter goed gejat, dan slecht zelf bedacht. Zo gezegd en vooral zo gedaan. Een compleet arsenaal aan heppie goodies uit pinksterdiensten is inmiddels de refoclubjes binnengesleept: jengelsnaren, kabaaldrummels, hardcorehousepartygospels, overdoopprentjes en huppelpasjes. Als het maar voldoende herrie maakt, zodat het eigen geweten er in ieder geval niet bovenuit komt. Of… opzichtig genoeg is om de pasbekeerde boven de grijze massa te laten uitsteken. Enkele interessante tips: een opgeheven rechterhand tijdens het opwekkingsgejubel toont veel übervroomheid. Staand draaien met je achterwerk tijdens het blije handjeklap heeft een hoge plek in de reli-toptien. Instemmend kreunen tijdens het gebed van de gastheer is helemaal hip. Doen dus.

Maar dit alles is nog maar kinderspel bij de razendpopulaire bidmarathon. Je kunt nog geen voordeur van een (jongeren)conferentie binnenstappen of je wordt al meegesleurd naar een van de vele bidsessies. Eerlijkheidshalve moet ik erkennen dat deze er vaak zeer reformatorisch aan toe gaan: langdradig, met een omhaal aan woorden en herhalingen. Zonder begin, maar vooral zonder eind. Wat dat betreft is de implementatie van dit evangelisch misgebedsel zeer geslaagd.

Voor alles en nog wat wordt gebeden: hongerige kindertjes in Kenia, de frietboer om de hoek, de startmotor van de spreker en de dikke steenpuist op de rechterbil van tante Sjaan. Een compleet assortiment aan bevolkingsgroepen en bijproducten passeert de revue. En mocht iemand wat vergeten zijn, dan is er altijd wel een wijsneus die een tikkeltje beter in z’n vel zit. Wie wil meetellen tijdens het kringgebed  dient in vorm te zijn. Goed uitgeslapen, thuis flink geoefend, geen ui of knoflook gegeten bij de maaltijd en even lekker gedouched vooraf. Keel schrapen en… bidden maar tot je een ons weegt. En na afloop elkaar even complimenteren; het toefje slagroom op het toetje.

Het badwater is binnengehaald, maar het Kind lijkt verdwenen.

Bron: Refoweb

Het Kind is zéker NIET verdwenen bij de (meeste) niet-refo’s. WEL is er vast-en-zeker vuil badwater binnengehaald. Kun je beter aandacht besteden aan wat niet goed gaat? Of aan wat wel goed gaat?

Meer of minder azijnpissers?

Woest ben ik. Ik wil namelijk meer Marokkanen, niet minder. De berbers houden namelijk onze economie draaiende. Volgens Geert is 60 procent van deze allochtone bevolkingsgroep crimineel. Het Sociaal en Cultureel Planbureau houdt het op een wat hoger percentage. Dat maakt nog eens helder hoe belangrijk deze migranten zijn voor ons dwergstaatje.

Minder Marokkanen betekent simpel gezegd ook minder criminaliteit. Dat houdt in dat er penitentiaire inrichtingen dicht moeten en honderden gevangenismedewerkers op straat komen te staan. Minder werk ook voor de politie en dus verdwijnt daar eveneens personeel. Ontslagen verder bij justitie, reclassering, rechtbank en advocatuur. De complete beveiligingsbranche kan wel opdoeken. Scooterwinkels idem en het Rijk mag de Plukze-miljoenen op z’n buik schrijven.

Kortom, er dreigt een economische en financiële ramp als Wilders z’n zin krijgt… en de VVD. De liberalen eisen net als de SGP, minder Antillianen in Nederland. Van hetzelfde laken een pak en dezelfde financiële gevolgen. Nu ook voor luchtvaart en grondpersoneel op Schiphol.

Marokkanen willen minder joden. D66 en GeenStijl eisen minder christenen. Op het platteland pleit men voor minder forensen. Urk en Staphorst zien graag minder homo’s. Kortom, iedereen wil minder minderheden.

Misschien wordt het gewoon tijd voor minder azijnpissers. Daar zijn er wel genoeg van…

Auteur: Boer K.
Bron: Refoweb

Let op: bepaalde stellingen hebben geen gegronde argumentatie! Dit artikel is toegevoegd ter inspiratie voor de volgende vraag:

Bij welke minderheid hoor jij? Welke vooroordelen zijn er over jou?

De geloofsbeleidenis van nix

In het begin was er nix en dat is ontploft.
Toch blijft het nix niks.
Ik blijf in nix en nix blijft in mij.
Ik zal altijd niks zijn en in nix blijven.
Ik geloof in nix.
Daarom ben ik in nix.
Zonder nix is er niks.
Ik vind nix niet niks.
Samen zijn we niks.
Nix doet niks.
Ik doe niks.
Ik weet van nix.
De grote nix is mijn niks.
Ik prijs nix.
Nooit ben ik zonder nix.
Ik vind nix in alles en alles in nix.
Nix is het begin.
Nix is het einde.
Heil nix.

A. T. IST

Bron: Refoweb

Waar putten volgens jou ‘ongelovigen’ betekenis uit?

Geluksfundamentalisme

Het heilige dogma van het Westen lijkt steeds meer onder kritiek te staan. Ik bedoel: dat grote gebod, het bevel dat al die mooie dames en heren je toeroepen vanaf hun zonnige eilanden, middels internet, billboards en magazines: Gij zult gelukkig zijn! In deze tijd geldt een soort geluksplicht. Maar of we daar gelukkiger van worden?

Psychologe Nienke Wijnants denkt van niet. Op Hetgoedleven.com noemt zij het huidige geluksdogma schadelijk en leugenachtig. ‘Vroeger werden niet-succesvolle mensen “ongefortuneerd” genoemd. Daar zat een element van pech in. Dat was vervelend, maar tenminste niet je eigen schuld. Tegenwoordig zijn niet-succesvolle mensen losers, want alle voorwaarden voor een succesvol leven lijken voorhanden.’ Dit brengt de voortdurende angst mee om af te zakken tot het loserkamp, het moeras van stumpers en schlemielen. Filosoof Alain de Botton bedacht er een mooie term voor: statusangst.

Godsgeloof floreert niet

Ook Rik Torfs, rector van de Katholieke Universiteit Leuven, liet pas in Trouw de beperkingen zien van de huidige succes- en geluksdwang. ‘We leven in een tijd waarin het godsgeloof niet meteen floreert’, constateert hij. ‘Mensen beweren in zichzelf te geloven, ook al toont een oppervlakkige blik in de spiegel meteen de begrensdheid van dat project.’

‘Een mens verliest het recht om doodgewoon te zijn, niet bijzonder aantrekkelijk, een beetje saai misschien, niet meteen barstend van talent’, vervolgt Torfs. ‘We moeten almaar beter worden. De kennismaatschappij evolueert razendsnel, bazuinen specialisten rond. En beelden worden getoond van succesvolle mensen aan de rand van genadeloos blauwe zwembaden, terwijl ze voltijds bezig zijn met zich gelukkig voelen.’

Heilige koe

De Vlaamse rector noemt geluk ‘de heilige koe van onze tijd’. ‘Een mens wordt voortdurend met dat melige begrip om de oren geslagen. Vroeger vloeide geluk uit het leven voort, vandaag is het een doel op zichzelf. Het geluk wordt ons door de strot geduwd, of we dat nu willen of niet. We hebben geen keuze. Later zal onze tijd worden herinnerd als die van het geluksfundamentalisme. (…) Wellicht is het aangenamer gelukkig te zijn dan ongelukkig, maar het is onaangenaam gelukkig te moeten zijn. De plicht daartoe miskent de condition humaine. We zijn sterfelijk en altijd met sterven bezig. Dat we daar steeds luchtiger over doen, stemt tot angst en wanhoop, omdat wij dan een deel van ons mens-zijn moeten prijsgeven aan de dwang van het blinde geluk.’

Ikea-pakket

Hier stuit Torfs op de kern: met al die gelukszucht – hier, nu en veel! – proberen we onze sterflijkheid te overschreeuwen. We willen dat unheimische gevoel verdrijven, die angst voor de dood, het besef dat levensgeluk geen Ikea-bouwpakket is en geen kwestie van de juiste schroefjes in de juiste gaatjes draaien. Dat ik-kan-het-niet-alleen-gevoel. Die ontreddering. Die schreeuw om een Redder.

Gertjan de Jong

Bron: Refoweb

Is geluk een doel? Of een gevolg? Wanneer ervaar jij geluk?

Het grote gebod: wees succesvol!

Denk aan je imago! Zorg dat je carrière maakt! Ontwikkel, ontplooi jezelf! En vergeet niet om te doen of het allemaal vanzelf gaat, dus maak een ontspannen indruk!

Dit soort boodschappen krijgen we vandaag voortdurend op ons afgevuurd. Het grote gebod is tegenwoordig: wees succesvol! En het tweede, daaraan gelijk: wees gelukkig! Psychologe Nienke Wijnants schreef op Hetgoedeleven.com: ‘Vroeger werden niet-succesvolle mensen “ongefortuneerd” genoemd. Daar zat een element van pech in. Dat was vervelend, maar tenminste niet je eigen schuld. Tegenwoordig zijn niet-succesvolle mensen losers, want alle voorwaarden voor een succesvol leven lijken voorhanden.’ Dit brengt de voortdurende angst mee om af te zakken tot het loserkamp, het moeras van stumpers en schlemielen. Filosoof Alain de Botton bedacht er een mooie term voor: statusangst.

Grote leugen

Die succes- en geluksdwang is dodelijk vermoeiend. In dat licht is Christus’ oproep tot zelfverloochening heel bevrijdend. Oké, het woord ‘zelfverloochening’ klinkt zwaar, loodzwaar. Het is geen woord dat doet denken aan vrijheid en vreugde. Maar klopt dat idee met de Bijbel? Christus zei: ‘Mijn last is licht en mijn juk is zacht.’ En Johannes schreef: ‘Gods geboden zijn niet zwaar.’ De grootste leugen van de duivel is misschien wel dat liefde zwaarder is dan egoïsme. Dat het loodzwaar is om je ik-gerichtheid opzij te zetten en vanuit liefde te leven. In werkelijkheid is het precies andersom. Egoïsme is een loodzware last waaraan je uiteindelijk bezwijkt.

Christus’ roep tot zelfverloochening is een uitnodiging tot vrijheid en het volle leven. Om op te staan uit je egograf. Daarbuiten roept Jezus ons toe: ‘Kom, mijn Liefste, laten wij naar buiten gaan, het veld in! Naar de wijngaarden: samen kijken of de wijnstok uitloopt, of de knoppen zich hebben geopend, of de granaatappelbomen gaan bloeien…’ In zijn indrukwekkende boek ‘Navolging’ schrijft Dietrich Bonhoeffer: ‘Het gebod van Jezus is hard wie er zich tegen verzet, maar zacht voor wie zich er gewillig aan overgeeft. (…) Jezus vraagt niet het onmogelijke of onmenselijke: Zijn gebod wil nooit leven vernietigen, maar leven bewaren, sterken, genezen. Navolging is een vreugde.’

Al die succes- en geluksdominees mogen we negeren, met hun mooie carrièrepraatjes. Ze proberen alleen maar hun eigen sterfelijkheid te overschreeuwen. Tevergeefs. Want sterven doen we allemaal, vroeg of laat. En wat heb je dan aan een glanzende carrière? Beter kun je je richten op echte bloei en groei. En op de bron daarvan. ‘Niet ik, maar Christus leeft in mij.’

Dit artikel verscheen eerder in De Oogst

Bron: Habakuk.nu

Hoe laat jij zien dat Christus in je leeft?